Bob's Blog

Just a boy who wants to enjoy life with friends

Helden

Mensen hebben graag helden. Hiermee bedoel ik niet per sé iemand met superkrachten (Superman of Spiderman) of iemand zonder superkrachten, maar desondanks aardig zijn best doet (Batman), maar simpelweg een voorbeeld. Iemand waaraan je jezelf kunt spiegelen om er vervolgens achter te komen dat je dat voor je eigen zelfvertrouwen maar beter nooit weer kunt doen. Iedereen heeft wel zo iemand (of meerdere, zoals ik zelf). Het vereren van deze helden kan erg extreem worden en uitmonden in een gevalletje bakvis, een vreemd soort obsessieve kalverliefde. Eenmaal uit de puberperiode wordt de hysterie minder (god zij dank), maar het hebben van helden verdwijnt niet.
Ik denk ook wel dat het goed is dat we graag een voorbeeld hebben. Onder het mom “persoonlijke ontwikkeling” kan een spiegel nooit kwaad. Bovendien symboliseren voorbeelden altijd iets wat we belangrijk vinden, dus een voorbeeld herinnert ons daar ook aan: een levend reminderbriefje dus.
Des te erger wordt het dus als een held van zijn of haar sokkel valt. Als verwachtingen niet kunnen worden waargemaakt. Of die verwachtingen voortkomen uit het voorbeeld-zijn of uit beloftes van de persoon zelf is dan niet van belang. Zolang we onszelf maar kunnen voorhouden dat er iemand daar in het grote boze buiten is die goed is, kunnen wij rustig slapen ‘s nachts.
In strips en films maakt dit allemaal niet uit: we beleven alles vanuit die hoofdpersoon. Wanneer een hoofdpersoon uit een film ergens niet in slaagt, zijn er maar weinig kijkers die boos worden op hem: we beleven zijn emotie, weten dat hij zijn uiterste best heeft gedaan en weten dat hij dus net zo goed baalt. In het echte leven worden we sneller boos of pissig, simpelweg omdat we te bezig zijn met ons eigen belangrijke leven. We zien meestal niet hoe hard deze persoon heeft moeten knokken, hoe hard hij er van baalt en bovendien heeft een real-life held praktisch altijd meerdere belangen te dienen. Een figuur als Batman heeft er maar één (meestal): het belang van rechtvaardigheid, de boef moet OF dood OF gevangen worden genomen.

Dit alles vormt één van de vele redenen waarom de politiek zo weinig mensen trekt.
Neem Henk Bleker (staatsecretaris van economische zaken, landbouw en innovatie). Hij is de laatste dagen enorm veel in het nieuws door het voorstel dat hij heeft gedaan om de Hedwigge polder niet helemaal, maar slechts voor 1/3e te ontpolderen. Mensen waren, volgens de media, woest. Zeeland moet en zal droog blijven. Henk Bleker zou daar wel voor zorgen, dat had een aantal keren gezegd. Nou ja, hij had gezegd dat hij er ernstig zijn best voor zou doen, maar dat is bijna hetzelfde.
Gisteren zag ik bij Pauw&Witteman een nog mooier voorbeeld, wat dan ook de aanleiding is van deze tekst: Ad Koppejan. Je weet wel, die man die samen met Kathleen Ferrier barsten heeft geslagen in het CDA over Mauro en over samenwerking met de PVV. Ja oké, er zaten al zwakke plekken in het CDA (er waren sowieso mensen die Mauro wilden laten blijven en er waren ook mensen die niet met de PVV wilden samenwerken), dus het was niet volledig hun fout natuurlijk. Maar goed: Ad Koppejan dus. Hij zou zich principieel verzetten tegen ontpoldering van de polder. Nu er een voorstel ligt om maar 1/3e te ontpolderen, kiest hij eieren voor zijn geld en spuugt iedereen hem uit. Ik vraag me serieus af waarom. Ja oké, hij heeft zich heel extreem uitgesproken over de ontpoldering, namelijk dat hij dat echt niet zou toestaan, maar het is en blijft politiek. Hij is echt niet de enige met een sterke wil en we leven in een democratie waarin gelukkig meerdere belangen tegelijkertijd worden behandeld. We hebben het poldermodel, maar zodra er iets ontpolderd moet worden, dan blijkt juist dat model te zijn ontpolderd.
Punt is: we zien ze allebei niet werken. We zien en horen Ad zeggen dat hij principieel tegen is en van Henk Bleker weten we dat hij alles tegen de ontpoldering zou doen wat hij kan. Maar daar blijft het ook bij. We horen beloftes, maar zien ze niet waargemaakt zoals wij graag zouden willen, dus zijn we boos op degenen die verwachtingen hebben geschapen. We zijn met z’n allen soms zo oppervlakkig.

Het volgen van politiek wordt op deze manier niet het volgen van onze vertegenwoordigers, maar het volgen van ondoorgrondbare soappersonages. Er missen alleen close-ups en dialogen als: “Nee lul, je hebt me bedrogen met de SP!”, maar verder is het praktisch identiek. Het individu dat opstaat in de politieke arena is sowieso de pisang, hij doet het nooit goed, wat heel cru is. Simpelweg omdat een individu het nooit voor elkaar krijgt om de volledige politiek of de mening van een fractie te veranderen zoals in het geval Hedwiggepolder. Hij kan alleen een barricade opwerpen, de stoming tegen proberen te houden. Als er een compromis te sluiten valt, dan is dat winst, om de eenvoudige reden dat je niet de enige met een mening of met een belang bent. Denk groter mensen!

Wat ik wil zeggen is het volgende: er zijn in het geval van de Hedwiggepolder fouten gemaakt door zowel Ad Koppejan als Henk Bleker, maar beide hebben, op commando tegen de stroom ingezwommen. Of ze het deden voor het vergroten van hun electoraat of omdat ze het zelf wilden doet er naar mijn mening niet toe. Allebei kiezen ze voor het compromis, maar dat het in de media zo beladen is dat te doen, kan maar één ding betekenen: we willen inderdaad helden zien die zich voor ons inzetten: tot de dood of Harakiri daarop volgt. Het laatste wat ik hiermee wil zeggen is dat Henk en Ad de heldenstatus of een lintje zouden moeten krijgen.
Nee zeg. Wat ik bedoel is dat politiek, het tegen de wind in lopen om op het beste moment om te draaien, teveel wordt gezien als draaien (dit is een scheldwoord in het jargon van Den Haag). Naar mijn mening is dit niets minder dan verantwoord bestuur.

Alhoewel ontpoldering wel jammer zou zijn natuurlijk.

Reageren? »

Majorana-deeltjes uitgelegd met katten

De wetenschappelijke wereld, in het bijzonder de natuurkunde tak, staat te springen door de mogelijke ontdekking van het Majorana deeltje. Begrijpelijk, want wat er gevonden is, is een mogelijke bouwsteen voor een nieuwe generatie elektronica. Hierbij doel ik in het bijzonder op de kwantummechanica, welke op een totaal andere manier werkt dan de huidige generatie computers, met als gevolg dat deze veel sneller is. Immers, met Majorana deeltjes kan een superpositie van waarden worden aangenomen, zodat we niet meer beperkt zijn tot discrete waarden binnen de computer.

Oké, ik zal het even uitleggen in gewoon Nederlands.

Zoals je misschien weet werkt een computer met eenen en nullen, aan en uit. Een combinatie van 8 van deze eenheden (bits) noemen we een byte en elke byte stelt iets voor. Ik ben een informaticus, maar maar je kunt je voorstellen dat 01001110 bijvoorbeeld de letter B voorstelt en 11101100 een cijfer 7. Als je deze bytes opslaan, kunnen we een tekst opslaan, of een plaatje of je favoriete muziek. Alle dataopslag werkt tegenwoordig op deze manier.
De beperking van deze methode is dat we maar twee waarden hebben waarvoor we voor elke bit kunnen kiezen: een 1 of een 0. Stel dat we een derde mogelijkheid toevoegen, zeg 1/2. Dan kunnen we met één bit 3 waarden omvatten, met twee bits 3 x 3 = 9 waarden, met drie bits 3 x 3 x 3 = 27 waarden enzovoort. Dit stijgt al een stuk snellen dan wanneer we slechts een 1 en een 0 hebben, waarbij 3 bits slechts 2 x 2 x 2 = 8 waarden kunnen aannemen.

In een kwantumcomputer zouden we dus in theorie gebruik kunnen maken van de net gevonden deeltjes. Met deze deeltjes kunnen we veel meer mogelijkheden aannemen en bovendien nog tegelijkertijd. Dit kan omdat deze deeltjes uiteraard gewoon de waarden 1 en 0 kunnen aannemen, maar ook waarden daartussen. Sterker nog: ze zijn zowel tegelijkertijd 1 en 0 tegelijkertijd. Dus ja, vanaf hier wordt het inderdaad vaag.

Wees niet bang, hoe dit werkt weet serieus niemand. Natuurkundigen nemen het ook slechts als waarheid aan dat dit soort dingen kunnen in de natuur. Het is zelfs zo’n groot mysterie dat het gedachte-experiment dat daarbij hoort één van de bekendste is in de natuurkunde-scene. Dit gedachte-experiment heeft de naam Schödingers Kat. Ik neem de vrijheid om het iets te herschrijven, voor deze website, maar het idee is nog steeds hetzelfde:

Internet staat vol met katten. Op plaatjes, in filmpjes, in teksten: ze zijn overal. Stel je voor dat er een duivels virus is dat op alle webservers in de wereld staat dat voor deze katten-overvloed zorgt. Dit virus werkt echter niet perfect: er is een kans van 50% dat het ‘t virus lukt om een kat op de pagina te laten verschijnen en een kans van 50% dat het hierin faalt. Er is geen kans dat de kat er wel staat, maar dat het virus faalt of dat het virus slaagt en dat de kat er niet staat. Als je dus 100.000 pagina’s bekijkt, verwacht je dat je 50.000 katten hebt gezien. Maar de website bestaat ook al als jij er nog niet naar hebt gekeken. Staat de kat dan al op de pagina voordat je de pagina hebt ingeladen op je computer?

Het veld waar we hier op spelen is die van de kwantummechanica en deze stelt iets vreemds: voor je de pagina bekijkt, staat de kat er wel en niet tegelijkertijd. Wanneer we kijken, komt de kat dus wel of niet op de pagina terecht. Het feit dat we kijken, zorgt er dus voor dat de werkelijkheid bepaalt wordt en voor het kijken bestaat de werkelijkheid uit kansen.

Natuurlijk, dit blijft een voorbeeld en het betekent zoals hij nu is weinig in het dagelijks leven, maar neem bijvoorbeeld licht dat op een raam schijnt. Je weet dat ramen licht deels spiegelen en deels doorlaten. We zetten aan beide kanten van het raam een persoon (allebei even ver van het raam) met extreem goede ogen en we sturen een enkel ‘lichtdeeltje’, een foton, op het raam af. Er is dan een kans dat het wordt gespiegeld en een kans dat het wordt doorgelaten en de kans is 100% dat het door één van de personen wordt gezien. Er is een tijd nadat het foton van het raam heeft geraakt totdat het bij één van beide personen is en in die tijd wordt het deeltje dus nog niet waargenomen. Als we het voorbeeld van net bekijken, moeten we dus zeggen dat het deeltje zowel wordt doorgelaten als wordt gespiegeld. Pas wanneer één van beide personen het licht ziet, wordt er bepaalt waar het deeltje precies is. Niet eerder.

Dat de wereld op de kleinste schaal zo vreemd werkt is op z’n zachtst gezegd opmerkelijk. Zoals ik al zei: eigenlijk weet niemand precies hoe dit komt, hoe dit überhaupt kan. Het werkt zo, punt. We zullen ermee moeten leven dat het zo is en een diepere verklaring zullen we hoogstwaarschijnlijk nooit vinden. Niet dat dat ook uitmaakt, als het werkt is het al goed genoeg om het als gegeven te gebruiken, bijvoorbeeld in een kwantumcomputer.

Mocht je er nog steeds niets van begrijpen, troost je dan met de gedachte dat één van de grondleggers van de kwantummechanica, Richard Feynman, de volgende quotes op zijn naam heeft staan: “Niemand begrijpt de kwantummechanica” en “Ik denk dat ik met zekerheid kan zeggen dat niemand kwantummechanica snapt”.

Reageren? »

Ramptoerist

In het programma De wereld draait door was vandaag een documentairemaker, duidelijk op leeftijd. Hij was bovenop kaal, boven beide oren zaten nog stroken donkergrijs haar dat levenloos naar beneden hing. Hij sprak niet makkelijk, ietwat verward eerder. Het was te merken dat hij veel gedachten heeft die door elkaar razen, iets wat ik om de een of andere reden met kunstenaars associeer.

Hij zat aan tafel omdat hij ooit een speelfilm had gemaakt, maar dat hij daarvoor toentertijd bepaalde, op dat moment geheime, informatie niet mocht gebruiken. Nu deed hij dit wel, dit keer in zijn documentaire. Een jonge oud-voorzitter van het LAKS achter hem op de bank keek geïnteresseerd richting de tafel, net zoals menigeen thuis.
De grijze man zei: “Ik wist iets, wat ik niet mocht gebruiken”. De spanning was te snijden. Even later zei hij “Ik heb het nooit als een gruwelijke waarheid ervaren”. De man draaide erom heen, wilde niet zeggen wat hij nu wist. De presentator baalde, wilde het ‘t liefst gewoon verkondigd hebben in zijn programma.
Een potje handje drukken ontstond over of het nu wel of niet gezegd ging worden. De presentator zei “Ik wil voel me een sensatiejournalist die meteen de dirt wil weten” en even later “Jij bent de baas, als jij zegt ‘moet je horen, ik zeg het niet’, dan hebben we het er niet over”. De jongeman op de achtergrond zat over iets heel anders te denken, getuige zijn ogen. De chaotisch denkende en pratende man zei geen explosie van belangrijke informatie te willen veroorzaken. Dat was althans zijn enige uitgesproken argument om het niet te zeggen.
Na nog eens 30 seconden draaien en drammen kapte de presentator het af. “Weet je wat, we gaan het niet vertellen”. 8 minuten programma in principe verspilt.

Spanning en sensatie met een enorme anticlimax. Het was een worsteling tussen een presentator en een kunstenaar. Het was in zekere zin een ongeluk op televisie, waarbij de slachtoffer- en dader-rol beide werden gedeeld door de presentator als de gast. En ik, ik was de ramptoerist die bleef kijken.

Reageren? »

The Catcher in the Rye

Gisteravond heb ik The Catcher in the Rye uitgelezen. Zelf heb ik een beetje hetzelfde gevoel als de hoofdpersonages van South Park hebben: hoezo wordt dit boek zo vreselijk gevonden door sommige ouders en middelbare scholen in Amerika. De enige reden waarom hij op lijsten van verboden boeken zou kunnen komen, zou denk ik kunnen zijn om kinderen af te schermen van verkeerd voorbeeldgedrag, alhoewel ik me absoluut niet kan voorstellen dat iemand Holden (de hoofdpersoon) als voorbeeld kan nemen. Maar laat ik eerst iets vertellen over het verhaal.

Het verhaal gaat over Holden Caulfield, een jongen van 16 jaar oud. Hij zit op een goede middelbare school, maar hij doet zijn best niet om het te halen. De hele wereld van volwassenen is in zijn ogen maar nep, het zijn allemaal phonies. Hij verlaat de school, een paar dagen voor de kerstvakantie. Omdat hij weer van een middelbare school af is gegaan, de zoveelste, gaat hij niet terug naar zijn ouders, maar gaat hij rondzwerven in New York.

###### SPOILERS ######
Hier probeert hij contact te maken met mensen van vroeger die hij wel mocht. Door ernstig slaap tekort en drankgebruik, maar ook door zijn mening dat praktisch alles phony is, mislukt dit keer op keer.
Eigenlijk is er maar één ding dat hem wel bevalt en dat is zijn kleine zusje Pheobe. Ze is nog jong, 10 jaar, maar ze is wel de enige die Holden een beetje doorgrondt. Uiteindelijk is het Pheobe die, al dan niet bewust, ervoor zorgt dat Holden niet naar het westen vertrekt om een eigen leven te leiden, maar thuis blijft.
Deze samenvatting is nogal matig, dat weet ik. Een betere is hier te zien.
###### SPOILERS ######

De reden waarom het nu zo verboden was een tijd, was waarschijnlijk om het constante gescheld en gevloek in het boek. Elke zin heeft op z’n minst één “zinnenversterker”, zoals Patrick het zou zeggen. Deze varieert van “Helluva” tot “Sunova Bitch”. Daarnaast is het gedrag van Holden nu niet echt het gedrag dat je graag van minderjarige tieners ziet (drinken, roken, een prostituee op je hotelkamer vragen). Het hielp ook al niet mee dat de moordenaar van John Lennon dit boek noemde als inspiratiebron voor zijn daad. Dus helemaal onbegrijpelijk is het misschien niet dat het een verboden boek was, als je weet dat in Amerika soms nogal heftig wordt gereageerd op dit soort dingen.

Hoe begrijpelijk het ook mag zijn: bij het verbieden van het boek, is wel voorbij gegaan aan de literaire kwaliteit ervan. Het is een magnifiek inzicht in de geest van een opstandige tiener. De lezer wordt meegesleept in de belevingswereld van Holden, hoe vreemd die ook af en toe mag zijn. Alhoewel de gebeurtenissen niet allemaal even samenhangend zijn, is het verhaal wel consistent. En nog belangrijker en echt immens knap: de toon is consistent. Holdens cynische toon, zijn taalgebruik, zijn denkwijze; ze blijven allemaal in dezelfde stijl over het hele verhaal. Indrukwekkend, vooral als je bedenkt dat het verhaal vanuit de ik-persoon is geschreven.

Het verhaal heeft hier en daar qua vertellen scherpe randen, maar in dit verhaal hoort ook niet anders. Het had niet zo moeten zijn dat alles een diepere betekenis heeft hier. Het zou Holden geen goed doen. Nee, hij is zo een perfect personage van een verhaal met de zoektocht naar een reden om te leven als hoofdthema. Het feit dat dit verhaal praktisch helemaal karakter gedreven is, maakt het veel  meer dan hetgeen wat bookbanners erin zagen.
Het inlevingsvermogen van de schrijver maakt The Catcher in the Rye tot een ontzettend geloofwaardig boek en Holden tot een geweldig dramatisch karakter, perfect voor het verhaal.

1 Reactie »

Verslaving

Ik denk dat je mij wel een newsaddict mag noemen. Afgelopen week werd ik daar met m’n neus op gedrukt toen er een drie mensen waren die onafhankelijk van elkaar tegen me zeiden dat ze me altijd maar op de website van de NOS zagen zitten als ik aan een computer zat te werken bij mijn studievereniging.

Nu was afgelopen week wel een week vol nieuws. Er gebeurde gewoon veel. Ik noem bijvoorbeeld het trieste nieuws van prins Friso. Je hoefde de televisie maar aan te zetten of naar een willekeurige nieuwswebsite te openen en je werd ermee gebombardeerd. Of wat dacht je van de PvdA, die na een plotseling vertrek van Job Cohen ineens opzoek moet naar een nieuwe lijsttrekker en fractievoorzitter voor de Tweede Kamer? Politiek heeft me altijd al geïnteresseerd en nu er het komende jaar geen verkiezingen zijn gepland, is deze interne verkiezing van een partij in nood een meer dan mooie vervanging. Ik ben oprecht benieuwd hoe dat gaat verlopen, maar de reden daarvoor bewaar ik denk ik voor een komende blog aangezien mijn visie op de positie van de PvdA zoals die nu is nogal… uitgebreid is. En tot slot was daar de rel om het VUmc dat het gevoel had dat het wel goed ontvangen zou worden als ze televisieprogramma-producent Eyeworks voor een televisieprogramma mee zouden laten kijken op de eerste hulp. Ik vind dat echt schandalig en ik ben niet de enige, kijkend naar Marielle Tweebeeke (presentatrice van Nieuwsuur) die bij het interviewen van Reinout Oerlemans uit haar journalistenrol schoot om in de rol van een gepikeerde burger te vallen.

Mijn verslaving had de afgelopen week dus genoeg om zich op te botvieren, alsof mijn eigen leven zelf niet genoeg nieuws had.

Zo heb ik een BHV-cursus gedaan. Ik kan dus nu reanimeren en kleine brandjes blussen. Daarbij komt dat als ik mijn examen heb gehaald, ik officieel bedrijfshulpverlener ben, wat ik al een hele tijd heb willen zijn. Twee dagen van mijn week zijn aan de cursus opgegaan, maar ze waren het meer dan waard.
Maar dan heb ik het tofste nieuws van de week nog niet gehad: ik word de nieuwe voorlichtingscoördinator van mijn studie :D ! Met andere woorden: ik ga de voorlichting van Technische Natuurkunde coördineren, waar onder andere de voorlichtingsdagen en externe voorlichting op middelbare scholen onder valt. Gelukkig loop ik de komende voorlichtingsdagen (*kugh* 30 en 31 maart *kugh*) nog mee met degene die het nu nog doet zodat ik niet in het diepe word gegooid, maar hoe dan ook heb ik nu al erg zin in die vrijdag en zaterdag waarop geïnteresseerden naar de universiteit kunnen komen om te zien hoe geweldig het is om Technische Natuurkunde te studeren [/promopraatje]

En dan het beste nieuws van de week, waar ik echt al een tijd naar uitkijk: ik heb eindelijk vakantie. Even geen stress, maar gewoon rustig huiswerk bijwerken en samenvattingen maken. Geen cursussen waarbij poppen gereanimeerd moeten worden, commissieavonden van de websitecommissie of inwerksessies (alhoewel ze alle drie oprecht heel leuk zijn), maar gewoon rustig aan mijn studie bezig zijn. Gewoon rustig.

Nu alleen nog maar hopen dat er geen groot nieuws komt…

Reageren? »

Carnavalsvakantie en hoe ik het gelukkig niet heb

In het noordelijke deel van het land studeren heeft één groot voordeel voor mij, als zuiderling: ik ontvlucht automatisch carnaval. Ik houd niet van bier, van harde muziek en van drukke ruimtes. Carnaval telt deze drie dingen redelijk succesvol bij elkaar op, waardoor ik aardig blij ben dat ik nu geen moeite meer hoef te doen het te ontvluchten, zolang ik niet naar Oldenzaal ga tenminste, maar dat was ik ook niet van plan.

Maar om die reden snijd ik mezelf ook niet in de vingers bij mijn volgende oproep. Ik kreeg namelijk een mailtje afgelopen week van Vera opriep om te stemmen op het carnavalsliedje De Nepbel in een stemming van Giel Beelen. Blijkbaar een soort verkiezing voor het beste liedje van dit jaar. Ik dus het liedje luisteren en ik moet zeggen: het is beter dan Ik laat je thuis en vele andere liedjes uit de lijst, dus…

Stemmen kan op http://giel.vara.nl/Stem-nu.918.0.html. Ze staan onderaan bij de V van Van der Grinten, met het liedje De Nepbel. Stemmen is maar één klik en doe het alsjeblieft mensen, want moet dit anders winnen?

2 Reacties »

Frustratie en trots

Iets meer dan een maand geleden heb ik een lijst van doelen opgesteld die ik graag in 2012 behaald wil hebben en nu al zit ik één van die doelen tegen te werken, namelijk:

14. Me minder ergeren, maar meer verwonderen

Onder het mom van “Ik heb toch nog 11 maanden”, ga ik voor nu me niets van dit doel aantrekken en gewoon vertellen wat ik wil vertellen.
Het zit namelijk zo: vandaag heb ik mijn laatste tentamen gemaakt en het ging nu niet om te zeggen “jeej”. Het zal randjes werk zijn: voor mijn gevoel schommelt het rond de 5.5 en het wachten, alhoewel het op dit moment nog geen 8 uur heeft geduurd, is nu al frustrerend. Ik heb graag duidelijkheid en wachten op duidelijkheid is iets waar ik niet echt heel erg goed tegen kan. Helaas zal ik niets anders kunnen doen, dus er zit niets anders op, maar dat haalt de frustratie niet weg.

Over frustratie gesproken zeg: afgelopen zaterdag stond er een lezersbrief in het Brabants Dagblad van iemand uit Moergestel als ik het me goed herinner. Zijn brief van zo’n 150 woorden kwam op het volgende neer: “Leraren zijn niet serieus te nemen, want ze staken met clownspruiken op en hoeven volgens de nieuwe wet maar 1040 uur te werken”. Om even in herinnering te roepen: dit is dus perfect zo’n zin om in een les Nederlands op de middelbare school qua redenatie door te prikken. Het aanhalen van clownspruiken is immers een drogreden van hier tot ginder en dat leraren maar 1040 uur zouden hoeven werken is gewoon foutieve informatie.
Voor mij was deze brief een druppel die de emmer deed overlopen. De afgelopen week is er zoveel gezeikt, gezanikt en gezeurd over het onderwijs dat ik er helemaal gek van werd. Leraren zouden lui zijn. De minister zou niet het intelligentie-niveau hebben om haar baan goed uit te voeren, leraren zouden niet mogen staken omdat het ten koste gaat van de leerlingen. Het was gewoon teveel.

Mijn automatische reactie was het schrijven van een reactie op deze lezersbrief en deze zelf ook in te sturen naar het Brabants Dagblad. Ik zou wel eens even uitleggen hoe het allemaal wel niet zat, wat nog lastig bleek te zijn in 200 woorden. Nu hoor ik je denken: maar jij zit toch helemaal niet in het onderwijs? Waarom zou je er dan iets over zeggen? Dit doe ik simpelweg om het feit dat ik er niet tegen kan als discussies worden gevoerd op basis van vooroordelen en gevoelsargumenten, waar het de afgelopen week wel vaak op uitdraaide, met als hoogtepunt die lezersbrief van de man uit Moergestel.
Hoe dan ook: mijn reactie is uiteindelijk onder de 200 woordengrens gekomen en afgelopen dinsdag gepubliceerd in de krant. Helaas bedachten ze daar om mijn tekst nog eens in te korten, waardoor de opbouw een beetje verloren is gegaan en het nog meer overkomt als een ondoordachte reactie. Nu heb ik mijn eigen publicatie-kanaal (lees: blog), dus hierbij mijn volledige tekst. Zelfde strekking, beter opgebouwd.

Afgelopen zaterdag stelde dhr. Rosenberg in een lezersbrief dat de leraren die afgelopen week staakten niet serieus te nemen zijn. Zij zouden maar 1040 uur per jaar les hoeven geven. De verhoging naar 1040 slaat echter op het aantal lesuren dat leerlingen per jaar moeten krijgen. Voor leraren geldt een ander verhaal.
Een fulltime docent in het voortgezet onderwijs geeft gemiddeld over het hele jaar 20 tot 25 uur les per week, waarvan elk een voorbereiding van 0,45 tot 1 uur vraagt (voor een ervaren docent). Nakijken en vergaderen nemen gemiddeld 3 tot 3,5 uur per werkweek in beslag. 21 avonden per jaar moeten ze aanwezig zijn voor oudergesprekken, open avonden etc. Tel hierbij andere tijdsbestedingen zoals het maken van toetsen en het opvangen van leerlingen bij lesuitval de uitkomst is gemiddeld 52 uur per week. In de werkweken is dit dus minstens 67 uur per week, wat ervoor zorgt dat er veel meer burn-outs zijn in het onderwijs dan in vele andere beroepsgroepen.
Uiteraard zijn leerlingen het belangrijkste, maar moeten leraren daarom alles pikken? Is het dan echt zo vreemd dat leraren, met of zonder clownspruik, staken als ze meer moeten gaan werken voor hetzelfde salaris?

Zonder twijfel zullen er een paar stijlfouten in zitten, maar om eerlijk te zeggen ben ik er desondanks toch best trots op dat dit echt gepubliceerd is. Eigenlijk wel vreemd, want lezersbrieven enorm makkelijk op te laten publiceren in een relatief klein dagblad als het BD, maar toch: het idee dat ik iets heb mogen schrijven wat weet ik hoeveel mensen lezen (minstens 1000 keer meer dan het aantal mensen die deze woorden hier zullen lezen) geeft toch wel een kick op een bepaalde manier.
Maar komt die kick door het schrijven of door het opkomen voor mijn mening zonder direct weerwoord te krijgen? Of door iets veel essentiëlers: het opkomen voor mijn mening? Dat laatste zou wel mooi zijn: door het negeren van doel 14 zou ik dan dichterbij doel 1 en 2 zijn gekomen.

1. Meer voor mezelf op durven komen
2. Niet bang zijn mensen te beledigen bij het geven van mijn mening

Reageren? »

Zolang ik niet de text-transform van een functie neem komt het wel goed

Morgenmiddag is mijn eerste tentamen: Signalen & Transformaties. Die dingen komen altijd sneller dan je verwacht en jammer genoeg gaat het leren van de tentamenstof altijd langzamer dan verwacht. Het helpt echter wel dat dit niet mijn eerste poging is op dit vak en dat het (dus) een herkansing is. De stof is daardoor niet helemaal nieuw en ik wist als hoe de tentamens eruit gingen zien. Maar toch: leren ging niet helemaal vlekkeloos.

Het zit namelijk zo: ik kwam op het geniale plan *hoog het sarcasme op de grond druipen* om afgelopen donderdag eens te kijken naar hoe ik mijn eigen blogthema zou gaan maken, dat was immers een van mijn doelen in 2012. Gewoon kijken, dat kan toch geen kwaad. Ja, precies, dat had ik gedacht.
Eenmaal begonnen aan dit ontwerpen in mijn studiepauzes begon het te spoken. Studeren werd er een heel stuk lastiger door, want mijn hoofd was er niet meer helemaal bij. Het werd erger toen het ontwerp af was. Ik was namelijk van mening dat het daadwerkelijk bouwen van het thema (de lay-out zeg maar) van een blog in WordPress lastig was, mijn eerdere pogingen waren op niets uitgelopen namelijk. Wonder boven wonder blijk ik een goede leerling te zijn als ik andere dingen zou moeten leren, want het ging echt enorm goed. Voor ik het wist had ik de structuur van WordPress doorgrond en was ik om twee uur ‘s nachts nog bezig om “die ene knop nog goed te zetten” of “de titel van de posts een leuk uiterlijk te geven”. Kortom: met dingen die mijn cijfer niet verhogen.

Het voordeel is wel dat mijn blog binnenkort een make-over krijgt en dat daarmee een van de eerder genoemde doelen is bereikt. Ongeveer 40% van de scripts moet nog worden geschreven, wil het er helemaal uitzien zoals ik het uiteindelijk wil, maar dan is het ook af. Ondertussen mag ik ook nog denken over een nieuwe blognaam (bowbie is toch zo… ehm… ja…) die ik ook meteen wil gebruiken voor een nieuw .nl-domein. Ik had er al een paar, maar die waren geen van allen even kansloos. Dus: hebben jullie misschien nog ideeën? Degene die de naam verzint die ik uiteindelijk ga gebruiken zal ik niet onbeloond laten (denk aan terrasje of taart of… nou ja, ik goed overleg is veel te verzinnen). Voorwaarde is wel dat ik je persoonlijk ken, maar dat lijkt me geen probleem: wie leest deze blog nu nog meer :P ?

Om terug te komen op het begin van deze tekst: ik raak dus nogal snel afgeleid met het blogthema. Morgen dus mijn tentamen, maar ik denk dat het wel moet gaan lukken. Dadelijk slapen, vroeg opstaan en een tweetal oefententamens maken.
Na alles wat ik hiervoor heb geschreven klinkt het misschien vreemd, maar ik heb wel gewoon het gevoel dat het me gaat lukken. De stof ken ik helemaal, de vaste structuur van de tentamens ken ik als m’n broekzak en na het maken van de oefententamens kan het dus haast niets meer mis gaan.

Zolang ik nu maar niet op ga schrijven dat de Fourierreeks van de gegeven functie f(t) gelijk is aan #functie_f_t { text-transform: fourier; } ^^’…

2 Reacties »

Alles is studie

Het liedje Alles is Liefde van Bløf begint met “Alles is liefde, voor wie dat wil en voor wie nog durft te dromen” en is mooi lied (vooral in de akoestische versie) over de Liefde, dat deze overal is te vinden maar dat hij meestal onverwacht komt. Beetje algemeen geldend denk ik, want of je bent verliefd en vindt het inderdaad mooi of je bent het niet en zult dus moeten wachten op een onverwacht moment. Maar goed: liefde is dus in essentie overal in je leven, wat op zich een mooie boodschap is.

Mijn eigen leven, om even een heel crappy bruggetje te slaan, laat echter iets heel anders weten. Op dit moment geldt meer “Alles is studie” studie en ik kan er daarom niet geheel verbazingwekkend ook niet voor vluchten, want op achter elke hoek die ik omloop vind ik iets dat me er weer aan doet denken. Ja, deze vergelijking is niet helemaal 1-op-1, maar laat me even.
Binnenkort zijn namelijk de tentamenweken weer. De Universiteit Twente heeft, in ieder geval op mijn studie, een meerweekse tentamenperiode van 10 werkdagen waarin alle tentamens worden afgenomen. In mijn geval zijn dit er 3, in volgorde van afname: Signalen en Transformaties, Klassieke mechanica en Lineaire analyse. Nu zeggen ze je waarschijnlijk weinig, maar neem van me aan dat ik het voorzichtig formuleer als ik zeg dat het nu niet direct de makkelijkste vakken zijn. Voor bewijs kun je op alle dagen behalve 18 januari (vandaag) kijken op Fouriertransformatie, Lagrangiaan en Banach Ruimte, maar ik waarschuw je: het is op eigen risico.

Om een bewijs te geven van mijn “Alles is studie”-vloek: in de laatste film van Harry Potter pakt Harry de hersenpan (pensieve in het mooiere Engels) op en werpt ‘m als een discus met een lichte elegantie naar een plek met meer ruimte*. Ik was dus aan het leren, dacht “laat ik even pauze nemen” en keek deze film. En serieus, ik schaam mezelf er haast voor, ik dacht: “Hé :-D ! Dat ding volgt de hoogtefunctie h(t)=1-e^(-t) ! Ow :-| shit…”.

Ja, zover ben ik dus afgegleden.

Ik denk dat het nu alleen maar wachten is op de momenten dat ik ineens op de beweging van een fietser een Fouriertransformatie ga loslaten of, gewoon omdat het “leuk” is, ga uitrekenen hoeveel korter de tijd voor mij duurt door speciale relativiteitstheorie terwijl ik aan de universiteit aan het fietsen ben dan voor iemand die alleen maar stil stond.

Hierbij zou ik dan ook aan iedereen die me op dit soort dingen betrapt willen vragen me dan wakker te slaan. Ik, maar voornamelijk mijn op dat moment op sterven liggende leven, zullen je er later dankbaar voor zijn.

* Ongeveer op 2/3e van de film, als ik het me goed herinner.

2 Reacties »

Sherlock

Media kent, zoals je misschien doorhebt, eens in de zoveel tijd een hype. Zijn het geen vampiers (ik noem een Twilight en Vampire Diaries), dan zijn het wel series en films met muziek erin (een Glee en High School Musical). Eng genoeg ga ik in bijna elke hype mee. Twilight: alles gelezen en gezien tot nu toe. Glee: alles gezien tot nu toe.
Achteraf is het wel een beetje gênant. Een beetje, want zeker bij de eerste Twilight films heb ik nu niet meer het overdonderende enthousiasme dat ik vroeger had en zie nu ook die dingen die eigenlijk heel erg matig eraan zijn. Bij Glee heb ik dat nog totaal niet, maar zonder twijfel ga ik dat op een zeker moment ook dat punt bereiken. Ook Glee heeft namelijk ‘tegenstanders’: mensen die het kunnen uitkotsen, net zoals Twilight dat heeft. Dat ik op en duur ook hun argumenten tot me door laat dringen is onvermijdelijk. Echter, bij beide heb ik een periode van wild en groots enthousiasme gehad waarin ik HET met iedereen wilde delen.

Zeg maar zoiets als ik nu heb met de meest recente hype.

Nee, ik ga jullie niet vragen heel Twilight door te lezen of de liedjes van Glee door te zitten. Ik ga jullie iets beters vragen. Ik ben nu namelijk helemaal into consulting detectives, ofwel: Sherlock Holmes. Daarmee bedoel ik lichtjes de films met Robert Downey Jr. in de hoofdrol, maar ik doel meer op de serie Sherlock.
BBC One heeft namelijk een serie gemaakt die gisteren tot het eind van het tweede seizoen is uitgezonden. De complete serie speelt zich af in het Londen van nu en gaat over Sherlock Holmes en zijn kompaan dr. Watson. De hoofdrol wordt gespeeld door Benedict Cumberbatch, die je misschien kent uit de film Tinker Tailor Soldier Spy. Hij weet het karakter van Holmes, dat echt geen makkelijk karakter is om consistent te spelen, geweldig neer te zetten en als je niet beter zou weten zou je haast zeggen dat hij in het dagelijks leven ook elk detail op ziekelijk enge wijze kan analyseren. Benedict is geen acteur meer, hij is Sherlock.
Natuurlijk is de serie in essentie een detective-serie, waarbij een mysterie moet worden opgelost, maar de makers hebben zich er niet makkelijk vanaf gemaakt bij het schrijven van de afleveringen. Ze zijn namelijk allemaal gebaseerd op de verhalen van sir Arthur Conan Doyle, schrijver van de Holmes verhalen, en deze op slimme manieren omgeschreven van het Victoriaanse Londen (zoals gezien in de films) naar het heden. Hierbij is er uiteraard Victoriaanse sfeer verloren gegaan, maar daarvoor in de plaats komt een modernere sfeer voor terug. Omdat er geen andere beleving qua tijd hoeft worden opgebouwd in de episodes zijn er meer mogelijkheden om de karakters op en uit te bouwen, Holmes nog beter als persoon neer te zetten en kunnen de plot en mysteries echt breinbrekers zijn. Ik ben daarom ook enorm blij om te kunnen zeggen dat de schrijvers deze mogelijkheden met beide handen hebben aangegrepen.

De plots van de afleveringen tot nu toe (jammer genoeg maar 6 stuks) zijn zo ingenieus in elkaar gezet dat het haast beangstigend is. De regisseur weet duidelijk hoe een script omgezet moet worden naar een magnifieke serie en Sherlock (zowel het personage als de serie) is op z’n zachtst gezegd opmerkelijk en zonder meer geweldig.
Ik probeer je inderdaad te overtuigen en vandaar zeg ik, om dit betoog in te korten tot twee woorden, het volgende: KIJK SHERLOCK!

Reageren? »

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 226 other followers