Mensen hebben graag helden. Hiermee bedoel ik niet per sé iemand met superkrachten (Superman of Spiderman) of iemand zonder superkrachten, maar desondanks aardig zijn best doet (Batman), maar simpelweg een voorbeeld. Iemand waaraan je jezelf kunt spiegelen om er vervolgens achter te komen dat je dat voor je eigen zelfvertrouwen maar beter nooit weer kunt doen. Iedereen heeft wel zo iemand (of meerdere, zoals ik zelf). Het vereren van deze helden kan erg extreem worden en uitmonden in een gevalletje bakvis, een vreemd soort obsessieve kalverliefde. Eenmaal uit de puberperiode wordt de hysterie minder (god zij dank), maar het hebben van helden verdwijnt niet.
Ik denk ook wel dat het goed is dat we graag een voorbeeld hebben. Onder het mom “persoonlijke ontwikkeling” kan een spiegel nooit kwaad. Bovendien symboliseren voorbeelden altijd iets wat we belangrijk vinden, dus een voorbeeld herinnert ons daar ook aan: een levend reminderbriefje dus.
Des te erger wordt het dus als een held van zijn of haar sokkel valt. Als verwachtingen niet kunnen worden waargemaakt. Of die verwachtingen voortkomen uit het voorbeeld-zijn of uit beloftes van de persoon zelf is dan niet van belang. Zolang we onszelf maar kunnen voorhouden dat er iemand daar in het grote boze buiten is die goed is, kunnen wij rustig slapen ‘s nachts.
In strips en films maakt dit allemaal niet uit: we beleven alles vanuit die hoofdpersoon. Wanneer een hoofdpersoon uit een film ergens niet in slaagt, zijn er maar weinig kijkers die boos worden op hem: we beleven zijn emotie, weten dat hij zijn uiterste best heeft gedaan en weten dat hij dus net zo goed baalt. In het echte leven worden we sneller boos of pissig, simpelweg omdat we te bezig zijn met ons eigen belangrijke leven. We zien meestal niet hoe hard deze persoon heeft moeten knokken, hoe hard hij er van baalt en bovendien heeft een real-life held praktisch altijd meerdere belangen te dienen. Een figuur als Batman heeft er maar één (meestal): het belang van rechtvaardigheid, de boef moet OF dood OF gevangen worden genomen.
Dit alles vormt één van de vele redenen waarom de politiek zo weinig mensen trekt.
Neem Henk Bleker (staatsecretaris van economische zaken, landbouw en innovatie). Hij is de laatste dagen enorm veel in het nieuws door het voorstel dat hij heeft gedaan om de Hedwigge polder niet helemaal, maar slechts voor 1/3e te ontpolderen. Mensen waren, volgens de media, woest. Zeeland moet en zal droog blijven. Henk Bleker zou daar wel voor zorgen, dat had een aantal keren gezegd. Nou ja, hij had gezegd dat hij er ernstig zijn best voor zou doen, maar dat is bijna hetzelfde.
Gisteren zag ik bij Pauw&Witteman een nog mooier voorbeeld, wat dan ook de aanleiding is van deze tekst: Ad Koppejan. Je weet wel, die man die samen met Kathleen Ferrier barsten heeft geslagen in het CDA over Mauro en over samenwerking met de PVV. Ja oké, er zaten al zwakke plekken in het CDA (er waren sowieso mensen die Mauro wilden laten blijven en er waren ook mensen die niet met de PVV wilden samenwerken), dus het was niet volledig hun fout natuurlijk. Maar goed: Ad Koppejan dus. Hij zou zich principieel verzetten tegen ontpoldering van de polder. Nu er een voorstel ligt om maar 1/3e te ontpolderen, kiest hij eieren voor zijn geld en spuugt iedereen hem uit. Ik vraag me serieus af waarom. Ja oké, hij heeft zich heel extreem uitgesproken over de ontpoldering, namelijk dat hij dat echt niet zou toestaan, maar het is en blijft politiek. Hij is echt niet de enige met een sterke wil en we leven in een democratie waarin gelukkig meerdere belangen tegelijkertijd worden behandeld. We hebben het poldermodel, maar zodra er iets ontpolderd moet worden, dan blijkt juist dat model te zijn ontpolderd.
Punt is: we zien ze allebei niet werken. We zien en horen Ad zeggen dat hij principieel tegen is en van Henk Bleker weten we dat hij alles tegen de ontpoldering zou doen wat hij kan. Maar daar blijft het ook bij. We horen beloftes, maar zien ze niet waargemaakt zoals wij graag zouden willen, dus zijn we boos op degenen die verwachtingen hebben geschapen. We zijn met z’n allen soms zo oppervlakkig.
Het volgen van politiek wordt op deze manier niet het volgen van onze vertegenwoordigers, maar het volgen van ondoorgrondbare soappersonages. Er missen alleen close-ups en dialogen als: “Nee lul, je hebt me bedrogen met de SP!”, maar verder is het praktisch identiek. Het individu dat opstaat in de politieke arena is sowieso de pisang, hij doet het nooit goed, wat heel cru is. Simpelweg omdat een individu het nooit voor elkaar krijgt om de volledige politiek of de mening van een fractie te veranderen zoals in het geval Hedwiggepolder. Hij kan alleen een barricade opwerpen, de stoming tegen proberen te houden. Als er een compromis te sluiten valt, dan is dat winst, om de eenvoudige reden dat je niet de enige met een mening of met een belang bent. Denk groter mensen!
Wat ik wil zeggen is het volgende: er zijn in het geval van de Hedwiggepolder fouten gemaakt door zowel Ad Koppejan als Henk Bleker, maar beide hebben, op commando tegen de stroom ingezwommen. Of ze het deden voor het vergroten van hun electoraat of omdat ze het zelf wilden doet er naar mijn mening niet toe. Allebei kiezen ze voor het compromis, maar dat het in de media zo beladen is dat te doen, kan maar één ding betekenen: we willen inderdaad helden zien die zich voor ons inzetten: tot de dood of Harakiri daarop volgt. Het laatste wat ik hiermee wil zeggen is dat Henk en Ad de heldenstatus of een lintje zouden moeten krijgen.
Nee zeg. Wat ik bedoel is dat politiek, het tegen de wind in lopen om op het beste moment om te draaien, teveel wordt gezien als draaien (dit is een scheldwoord in het jargon van Den Haag). Naar mijn mening is dit niets minder dan verantwoord bestuur.
Alhoewel ontpoldering wel jammer zou zijn natuurlijk.

